Ik wil mij niet missen

‘Ik wil je graag iets vragen, Dood. Mag ik even op je schoot?’ Zo begint een gedicht van Bette Westera uit haar boek Doodgewoon, dat ze schreef om kinderen te helpen om te gaan met de dood. Maar volwassenen kunnen daar ook wel wat hulp bij gebruiken. En dat geldt zeker voor Lotte Dunselman en Paul van der Laan, allebei meesterontkenners als het gaat om hun eigen eindigheid. Ze weigeren te geloven dat zelfs zij, met hun unieke levens, op een dag bezoek krijgen van Magere Hein. En ze vinden het hoog tijd om daar verandering in te brengen. De voorstelling Ik kan mij niet missen is een serieuze poging van twee ingebeeld onsterfelijken om zich voor te bereiden op het onvermijdelijke. Ze bezweren hun eigen angst, weerzin of verzet, en ensceneren een ontmoeting met de dood. Kijken de kunst van het sterven af bij anderen, in vroegere tijden en in culturen waar de dood meer onderdeel is van het leven dan in de westerse samenleving. En maken via de verbeelding het onvoorstelbare voorstelbaar. Op schoot bij de dood. ‘Vijf minuutjes lijkt me fijn. Dan denk ik dat ik later, als je langzaam dichtbij komt, minder bang voor je zal zijn.’

Paul van der Laan en Lotte Dunselman waren eerder samen te zien in De Poolse Bruid van het NNT en tgECHO. De chemie tussen deze twee spelers werd door pers en publiek bejubeld. De NRC tipte Van der Laan als kanshebber op de Louis d’Or en Dunselman werd genomineerd voor de Theo d’Or.